Als je niet kan thuiswerken, kun je altijd nog thuis leren

Ton Wilthagen is hoogleraar arbeidsmarkt

Het coronavirus maakt niet alleen mensen ziek, het verziekt ook de economie en de arbeidsmarkt. De beurzen en de reis- en toerismebranche krijgen flinke klappen. Maar er zijn ook productiebedrijven die niet kunnen leveren omdat zij geen onderdelen of producten meer ontvangen uit China. 

Intussen komt ook Italië tot stilstand en heeft het kabinet verregaande maatregelen getroffen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling verwacht dat de economische groei wereldwijd met een half procent terugvalt of, in een somberder scenario, halveert.

Ook in Nederland zien we de gevolgen met de dag toenemen. Ongeveer 2500 bedrijven hebben een beroep gedaan op werktijdverkorting als gevolg van het Covid-19-virus. In totaal vijfduizend werknemers krijgen een WW-uitkering voor niet-gewerkte uren.

Los van deze formele regeling heeft de coronacrisis nog veel meer effecten op de aanwezigheid en inzet van werknemers en zzp’ers. Mensen worden ziek, kunnen niet werken en komen in een herstelperiode. Afdelingen waar iemand ziek is geworden sluiten soms tijdelijk. Premier Mark Rutte vraagt zelfs alle inwoners van Nederland waar mogelijk thuis te werken. Ook worden allerlei bedrijfsevenementen afgelast of verplaatst.

Vroegere schoolcarrière

Door deze situatie kan serieuze leegloop ontstaan in bedrijven en instellingen. Als mensen vanuit huis kunnen werken, als het werk zich daartoe leent en de voorzieningen aanwezig zijn, kan het werk gewoon doorgaan. Mocht dat niet het geval zijn, dan kan de afwezigheid van werknemers kansen bieden voor online leren, e-learning. Toen tijdens de financiële crisis deeltijd-WW werd toegekend aan bedrijven, was het scholen van werknemers die onder deze regeling vielen ook een voorwaarde. Lang niet alle bedrijven hadden echter een passend scholingsaanbod paraat.

In de huidige risico-samenleving, waarin alles met alles samenhangt, moet er op worden gerekend dat het werk zomaar kan stilvallen. Het goede nieuws is dat e-learning volgens onderzoek niet minder effectief is dan traditionele, klassikale scholing. Zeker als het wordt gecombineerd met momenten van gezamenlijk ‘offline’ leren. Online leren heeft ook het voordeel dat mensen, oudere mensen in het bijzonder, zich niet voortdurend vergeleken voelen met collega’s, waaraan ze vaak negatieve herinneringen uit hun vroegere schoolcarrière hebben.

Ook hoeft e-learning niet per se uit te monden in een examen of tentamen. Het kan daarmee een fikse bijdrage leveren aan de doelstelling van een leven lang ontwikkelen en een stimulerende leercultuur, zoals die door het kabinet, de Sociaal-Economische Raad en alle sectoren en arbeidsmarktregio’s wordt uitgedragen.

Instemmen

Diverse beroepsgroepen worden al standaard voorzien van een e-learning aanbod dat nodig is om het beroep of de functie te kunnen uitoefenen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij banken, verzekeraars en in de zorg. Soms is het volgen van de onlinecursus een voorwaarde om deel te nemen aan offline training. Werknemers in de ouderenzorg scholen zich bijvoorbeeld online in het omgaan met slikproblemen van cliënten. Die scholing wordt opgevolgd met training op de werkplek. Als de online-training niet met goed gevolg is afgelegd, mag de werknemer iemand die slikproblemen heeft geen eten geven.

Er is echter ook een grote groep die geen toegang heeft tot relevante en interessante online-cursussen. Dat geldt te meer voor zzp’ers en werklozen. Veel cursussen zitten achter een muur, zoals dat heet, en zijn alleen toegankelijk voor mensen die werkzaam zijn bij een bepaald bedrijf en daar een stabiel arbeidscontract hebben. De baas moet er dan wel mee instemmen. En als iemand een cursus wil volgen, kan dat ook worden gezien als een signaal dat hij iets niet beheerst of op zoek is naar een andere baan.

Leerrekening

Er is in Nederland een behoorlijke markt voor online-cursussen, maar die cursussen zijn niet goedkoop. Voor de gewone burger (werkend of niet) is het ook niet makkelijk om te bepalen wat voor hem of haar de beste keuze is, in het licht van de verdere arbeidslevensloop. In november bracht Gijs de Vries een advies uit aan het kabinet met de titel ‘Ik wil verder leren’. Dit advies schetst de haalbaarheid van een digitaal scholingsoverzicht voor burgers met een opleiding tot en met mbo-4 niveau, met als doel om mensen te stimuleren zich te blijven scholen.

De voorwaarden waar dit advies de nadrukt op legt, gelden ook voor online leren: zorg voor informatie over de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, inzicht in de scholing die bij iemand past en voor financiële mogelijkheden en tegemoetkomingen in de vorm van een spaarpot of leerrekening.

Een transparant overzicht van het aanbod is essentieel. Het zou daarnaast bevorderlijk zijn als de aanbieders van online-cursussen bereid zijn om vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid een deel van hun aanbod voor iedereen toegankelijk maken. Op die manier kan er snel een breed en laagdrempelig aanbod ontstaan. Thema’s als cyber-security, bewustwording van ondermijnende criminaliteit, kunstmatige intelligentie, blockchain, duurzaamheid, maar ook persoonlijke effectiviteit liggen voor de hand.

Ook kunnen mensen online een skills-paspoort aanmaken, waarvoor momenteel in Nederland een algemene standaard wordt ontworpen.

Zo grijpen we kansen met beide handen aan om de ingrijpende effecten van de corona-infectie te pareren met het positieve virus van leren, ontwikkelen en nieuwsgierigheid. Maak van de nood een deugd.

Ton Wilthagen is als hoogleraar arbeidsmarkt verbonden aan Tilburg University.

Bron: FD.NL